Apenstreken

Tijdens de cursus Toneel en Improvisatie (groep 3 en 4) vraag ik de kinderen in tweetallen uit te beelden wat ze later graag zouden willen worden als ze groot zijn. Ik zie verschillende beroepsgroepen voorbijkomen. Bakkers, zangeressen, brandweermannen, clowns, politiemannen, juffen, cowboys en uitvinders.

Als Milou aan de beurt is kijkt iedereen met grote bewondering maar ook verbazing naar haar uitbeeld-spel. Als een bijzonder lenig aapje springt en slingert zij luid krijsend in denkbeeldige takken van gefantaseerde boomtoppen rond. Wat een verbeelding, wat een inlevingsvermogen; echter dan dit kan het niet!

“Maar…” begint Maarten na een poosje met grote ogen naar het dierenplezier gekeken te hebben. “Je kan later toch geen aap worden?!” Hij is duidelijk in verwarring. “Natuurlijk wel!” krijst Milou vrolijk verder. “Vroeger waren mensen toch apen?” Maarten knikt langzaam maar begrijpt niet wat ze daarmee wil zeggen. Dat wordt snel genoeg duidelijk. “Als…” begint de kleine aap even stil hangend en ernstig kijkend “… mensen vroeger apen waren….. kunnen ze later ook weer terug apen worden hoor!”

En zo… is het maar net! apenplaatje