Brand!

“We moeten NU naar buiten!” roept de intern begeleider midden in ons gesprek. “Brandalarm!” verduidelijkt ze. O…! Ik val stil, midden in een zin.

Ze springt op, grist haar sleutels en jas bij elkaar en stuift het kamertje uit waar we zaten te praten. Alleen een dampende kop vers gezette thee maakt duidelijk dat er een enkele seconden geleden nog iemand tegenover me zat. Ook ik sprokkel vlug mijn spullen bij elkaar en hol haar op een drafje achterna… om op de gang in een strak geregisseerde hectiek van kinderen en leerkrachten terecht te komen die allen in een flink tempo op weg zijn naar de uitgang.

Grote kinderen vinden het veelal prachtig, deze brandalarm oefening. Ze zien het als een avontuurlijke, welkome onderbreking van hun vaste ochtendrituelen. Lachend en joelend stomen ze de schoolgangen door; grapjes makend, zonder tas en jas.

Bij de kleinere kinderen zie ik heel andere reacties. Veel van hen lopen fluisterend, met een ernstige gezichtjes dicht op elkaar als makke schaapjes achter hun juf of meester aan. Sommigen zijn compleet in tranen en gillen geschrokken gigantische snottebellen tevoorschijn. Vooral het onophoudelijk luid loeiende alarm zorgt voor paniek en schrik. “Het is toch niet echt hé, juf?” vraagt een kleuter mij in het voorbij lopen met een bibberlip terwijl hij ferm wordt voortgesleurd door zijn vastberaden kijkende vriendinnetje. Ik probeer zo vriendelijk en geruststellend mogelijk naar hem te kijken. “Nee hoor, het is niet echt. Het is maar een oefening, we doen net alsof”. “Ja!” roept zijn vriendinnetje. “We doen alsof de hele school in de brand staat!”

Haar vriendje kijkt haar met geschrokken ogen aan. Kort daarna overstemmen zijn uithalen bijna het geloei van het brandalarm. Groter groeien gaat gepaard met vallen en opstaan, met vreugde en verdriet, met fijne en minder fijne ervaringen. Zou dit meneertje nog brandweerman willen worden als hij groot is….? 🙂